December 2000…

Zomer 1990.
Urenlang heb ik rondgereden ergens in Zuid-Frankrijk,  om eindelijk – in een godvergeten dorpje in de Provence – de vakantiewoning te vinden die Paul met zijn gezin had gehuurd. Het moet zowat vier uur ’s namiddags zijn geweest toen ik er aankwam ; meneer was er niet. Mijn onaangekondigde bezoekje werd niet beklonken. Langs de achterzijde van het gebouw kroop ik door een openstaand raam naar binnen en liet een briefje achter, iets in de aard van : “Killroy was here”. Ik heb niet gewacht.

Het was Paul’s laatste zomer.

Terug in Antwerpen, enkele weken later, kloeg Paul over evenwichtsstoornissen tijdens het joggen … Allerlei therapieën en inspanningen van de vorige paar jaar ten spijt, was het niet gelukt. De doktersdiagnose was categoriek. De avond na de eerste hersenoperatie sloop ik rond halftien ’s avonds het muisstille ziekenhuis en Paul’s kamer binnen. Paul was wakker, erg bij de pinken en vroeg me : ‘Hoe heb je dat klaargespeeld ?”. We praatten wat, hij en ik. En ook nog vòòr de tweede operatie, drie weken later, zaten we een paar keer samen op een terrasje ; het waren de laatste gesprekken met mijn broer. Die tweede operatie was er teveel aan ..… Enkel een muziekcassette met Paul’s lievelingsmuziek die ik had opgenomen, een walkman en een hoofdtelefoon,  zorgden voor enkele schaarse kontaktmomenten. “Bange blanke man, Willem Vermandere”, prevelde Paul.

Stilaan ontbrak de kracht om zelf op “PLAY” te duwen

Yves Hermann (29 december 2000)

21 dagen geleden was “it 20 years ago today” dat Lennon stierf.

Vandaag, ik denk zo’n uurtje of vier geleden (was het niet rond het middaguur ?) is het 10 jaar geleden dat Paul stierf.

De pijnlijkste verjaardagen zijn bewaard gebleven voor de laatste maand van dat magische jaar 2000, de laatste maand van de eeuw ook.
Uit het verleden herinner ik me enkele feiten bijzonder goed maar veel is dat niet.

Paul was mijn broer, twee jaar jonger! Zou het dan niet zijn dat twee jongens, amper twee jaar in leeftijd verschillend, normaliter veel ruzie maakten? Ik vraag het me af. En al heb ik heden ten dage een verschrikkelijke hekel aan ruzie maken, ik meen me toch te herinneren dat het er bij ons dikwijls bovenarms opzat. Waarom? Futuliteiten zeker? Ik zou het niet weten.Of misschien toch één ding.

Eigenlijk was Paul een beetje de “sukkelaar” wat betreft leefruimte. Zijn bureau stond in mijn kamer, zijn bed in de kamer van Yves. Dat was in het appartement aan ’t Kielpark. Huiswerk zaten we dus dikwijls samen te maken, vaak met een muziekje op de achtergrond. En dat was het hem juist. Ofwel stond de muziek te luid, ofwel moest ze af, ofwel speelden we ieder onze eigen muziek…en op een keer barstte de bom! Ik denk dat muziek maken aan de basis lag maar met één enkele armbeweging veegde Paul al mijn schaalfiguurtjes (Napoleon, Caesar, Hendrik VIII,…) van de kast.’t Is maar een herinnering.

Een andere. We waren beleefd opgevoed en harde woorden tegenover onze ouders vielen er nooit. Maar Paul werd met het ouder worden een echte “rebel”. Met pa zat het er dus ook regelmatig bovenarms op, waarschijnlijk ook om futuliteiten. Wanneer weet ik niet meer maar het was tijdens een maaltijd dat Paul zo ongewoon brutaal tegen pa reageerde dat hij prompt een boterham met choco in zijn gezicht kreeg. En dat was toen niet om mee te lachen.

Ik denk dat Paul en Yves echte dikke vrienden werden toen ik het huis verliet. Toch groeiden ook wij geleidelijk dichter naar elkaar en konden we beiden in onze huwelijkse staat goed met elkaar opschieten. En van tijd tot tijd sta ik dan ook even stil bij zijn foto en denk ik: “Paul, ik mis je.” of “Paul, dit had je moeten meemaken.”

29 december 2000 – 17.00 uur
Guy Hermann